Wedstrijden quicklinks

Teams

Inloggen

Lid
ww

Vergeten? Klik hier

Code aanvragen op

 
Spelregels  6-tallen
 
 

Nieuwe regels jongste jeugd 2009-2010 


Inleiding

Met ingang van het seizoen 2009-2010 zijn de nieuwe regels niet alleen van toepassing voor 11-tallen, maar ook voor de 3-,6- en 8 tallen. In deze briefing hebben wij daarom de belangrijkste regelwijzigingen m.b.t. de self-pass, de regels bij overtredingen binnen en buiten het doelgebied alsmede de lange corner en de bal over de zijlijn op een rijtje gezet.


Algemeen

Self-pass

Bij beginslag, vrije slag, inslaan, uitslaan en lange corner mag de nemer de bal zelf spelen zonder dat hij de bal naar een medespeler moet spelen. Dit geldt dus niet voor het nemen van een strafcorner, strafbal en bully. De speler moet eerst duidelijk de bal een tikje geven en mag daarna verder spelen; er moet sprake zijn van 2 acties!
 Met de bal aan de stick gaan lopen of slepen mag dus niet.


Spelhervatting

Bij alle spelhervattingen (beginslag, vrije slag, uitslaan, lange corner en inslaan) moeten altijd alleen de tegenstanders op de vereiste afstand (drietallen: 3m, zes- en achttallen: 5m) staan TENZIJ

het gaat om een spelhervatting van de aanvallende partij binnen het doelgebied. Dan moeten beide partijen op de vereiste afstand staan.

                                                                                                                     

Nadere aanvullingen voor 6-talhockey


1. Vrije slagen (overtreding buiten het doelgebied)

Bij een overtreding buiten het doelgebied wordt door het andere team een vrije slag genomen op de plaats van overtreding. De bal moet daarbij stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld.

De tegenstanders moeten minimaal 5 meter afstand van de bal nemen.

 

2. Vrije slagen (overtreding binnen het doelgebied)

Verdediger maakt een overtreding binnen het 10m doelgebied

·         De aanvallende partij krijgt vrije slag.

·         De bal moet op de 10m lijn worden gelegd, recht tegenover de plaats van de overtreding.

·         Beide partijen, behalve de nemer, moeten minimaal 5 meter afstand van de bal nemen.

·         De bal mag niet direct het 10m gebied in worden gespeeld.

·         De bal moet eerst 5m zijn verplaatst of zijn aangeraakt door een andere speler.

 

Verdediger maakt zonder opzet een overtreding binnen het 10m doelgebied, waardoor een zeker doelpunt wordt voorkomen of dat de verdediger expres een overtreding maakt.

·         De aanvallende partij krijgt een strafbal.

 

Aanvaller maakt overtreding binnen het 10m doelgebied

·         De verdedigende partij krijg een vrije slag.

·         De bal moet op de 10m lijn worden gelegd, recht tegenover de plaats van de overtreding.

·         Alleen de tegenstanders moeten minimaal 5 meter afstand van de bal nemen.

 

3. Bal over de achterlijn als er geen doelpunt is gemaakt

·         Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een aanvaller:

uitslaan door een verdediger op de 10m lijn recht tegenover de plaats waar de bal over de achterlijn ging. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.

·         Is de bal het laatst aangeraakt door de stick van een verdediger: lange corner voor het aanvallende team.

 

4. Lange corner

De bal wordt op zijlijn gelegd, 5m van de achterlijn aan de kant van het doel waar de bal over de

achterlijn is gegaan. Beide partijen moeten, behalve de nemer, minimaal 5m afstand van de bal nemen.

 

5. Bal over de zijlijn

Inslaan van een plaats op de zijlijn waar de bal uitging door een speler van team dat niet de bal het laatst aanraakte. De tegenstanders moeten minimaal 5m afstand van de bal nemen.

Bij een aanvallende inslag binnen het 10m gebied moeten beide partijen, behalve de nemer, minimaal  5m afstand van de bal nemen.
 
Hoe ziet het speelveld eruit?
Speel veld 6tal 
In de meeste gevallen maakt men gebruik van bestaande velden. Geadviseerd wordt dan
een kwart veld te gebruiken, waarbij de zijlijnen als achterlijnen fungeren en de middenlijn
en een 23-meterlijn of de 23-meterlijn en een achterlijn als zijlijn.
 
Doelen
Doelen kunnen worden gemaakt van pylonnen, stokken of honkpalen. Zij worden geplaatst
op een onderlinge afstand van 3.66 meter. Er gaat overigens niets boven een echt doel.
Voor de E jeugd is een achterplank met zijschotten voldoende. Ook de E jeugd wilt graag een doelpunt horen!
 
10-meterlijn
Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 10-meterlijn in plaats van een cirkel. De betekenis ervan wordt elders beschreven.

Bal
Er wordt gespeeld met een ‘normale’ veldhockeybal.

Teams
Een team bestaat uit maximaal vijf veldspelers en één doelverdediger. Er mogen wisselspelers zijn. Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger behoren helm,
legguards en klompen. Men mag ook een body protector, handschoen en eventueel tok dragen. Doelverdedigers hebben ook een stick in hun hand. Spelers mogen altijd wisselen, mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de speler het veld heeft verlaten. Voor de coach is deze ‘interchange regel’ een goede mogelijkheid om alle spelers even lang te laten spelen. Ook heeft deze regel de mogelijkheid om, ter voorkoming van wangedrag, een speler even te laten afkoelen op de bank en dan weer terug in het spel te brengen. Ook geeft deze regel de gelegenheid tot het behandelen van kleine blessures.

Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2 x 25 minuten met een pauze van circa 5 minuten. Het wordt dringend aanbevolen om na afloop van de wedstrijd met beide ploegen een nabespreking van ca. 10 minuten te houden.

Toss
De aanvoerders tossen: de winnaar van de toss kiest voor beginslag of speelrichting.


Algemene spelregels:

Wat zijn de spelregels?
De spelregels zestal-hockey worden toegepast bij wedstrijden voor de Ejeugdcategorie. Zij zijn voor jongens en meisjes gelijk. In alle districten wordt conform onderstaande regels gespeeld.

Het spelen van de bal door spelers (veldspelers & doelverdedigers)
  • Mag alleen met de platte kant van de stick
  • Mag alleen met de backhand flats als de kinderen dit gecontroleerd kunnen, waarbij de zijkant van de stick gebruikt wordt om de bal te spelen.
  • Binnen de 10-meterlijn mag de doelverdediger de bal stoppen met het lichaam, schoppen met de voet (niet gevaarlijk hoog) of tegenhouden met de hand.
Begin of hervatting van het spel
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
  • Bij het begin van de wedstrijd door een speler die de toss heeft gewonnen en kiest om te beginnen of
  • Door een speler van een team dat de toss niet heeft gewonnen en niet de keus van speelhelft heeft.
  • Na de rust door een speler van het andere team.
  • Na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt.

Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder gelden de regels van een vrije slag.

Gevaarlijk en ruw spel
Gevaarlijk en ruw spel zijn altijd verboden.
Hieronder valt:
  • ‘sticks’: gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
  • Hoge bal, waaronder ‘snijden’
  • ‘hakken op de stick’ tijdens een duel
  • Aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert
  • (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen, blokkeren met het lichaam, of andere niet in de geest van het spel zijnde handelingen
  • Ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan
  • De bal opzettelijk tegen een speler aan spelen

Afhouden
Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze (hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf (afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect afhouden) zijn.

Bal tegen het lichaam (‘shoot’)
Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te stoppen
of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk ‘shoot’ wordt afgefloten wanneer het gevaar oplevert, en wanneer er voordeel uit ontstaat.

Doelpunt
Een doelpunt is gemaakt, wanneer de bal het doellijn passeert, geslagen of gepusht door een speler van de aanvallende partij binnen het 10-metergebied. De bal mag hierbij niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte)zijn.
Als binnen het 10-metergebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de stick of het lichaam van een verdediger het doellijn passeert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.

Bal over de zijlijn
Inslag op de plaats op de zijlijn waar de bal uitging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende partij een slag neemt binnen het 10-metergebied, moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.

Straffen
Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied:
Een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.

Bij een opzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied:
  • Indien heel duidelijk een doelpunt wordt voorkomen door middel van een opzettelijke overtreding, wordt een strafbal toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op 6,4 meter midden voor het doel.
  • Indien niet een doelpunt wordt voorkomen, wordt de vrije slag toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn midden voor het doel.
Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 10-metergebied:
vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de10-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding.

Bij een overtreding buiten het 10-metergebied:
Een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de plaats van die overtreding.

Strafbal
Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller moet achter de bal gaan staan. Hij mag de bal verplaatsen door middel van een push of een schuifslag, maar pas nadat de spelleider daartoe met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller mag de bal één keer raken. Hij mag daarbij geen schijnbeweging maken. De aanvaller mag na het nemen van de strafbal niet dichter bij het doel komen. De bal mag ook niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) boven de grond.
De doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas zijn voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft. De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal achter de 10-meterlijn buiten het 10-metergebied zijn.

Een doelpunt is gemaakt als:
  • De bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm).
  • De doelverdediger te vroeg van de achterlijn komt.
Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
  • De aanvaller een overtreding begaat.
  • De bal buiten het 10-metergebied komt, maar niet in het doel belandt.
  • De bal in het 10-metergebied stil komt te liggen.

Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de verdedigende partij hervat met een vrije slag op de 10-meterlijn.

Time out
Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams de gelegenheid te geven de spelers te ‘hergroeperen’ en extra aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen.
  • Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden.
  • Een time out kan ook gevraagd worden door de begeleider van een team.

Spelleiding
Het speelveld is zo klein en het spelers aantal zo gering dat één spelleider in het veld voldoende is om het hele gebeuren te regelen. De spelleider is geen scheidsrechter!! Hij is iemand die gevoel heeft voor het spelniveau en de sfeer waarin deze partijtjes gespeeld dienen te worden. Het verdient aanbeveling om per team een vaste spelleider te benoemen (niet zijnde de coach) die alle thuis-wedstrijden van dat team leidt. Deze spelleider krijgt op deze manier ervaring in deze specifieke manier van leiden, leert zo het spelniveau van de kinderen kennen en groeit als het ware met het spel mee. Ook de kinderen raken zo vertrouwd met degene die fluit.